Hoofdstuk 3 Financiën algemeen

Financiën algemeen

Terug naar navigatie - Hoofdstuk 3 Financiën algemeen - Financiën algemeen

In dit hoofdstuk gaan wij in algemene zin in op de huidige financiële situatie van onze gemeente. In hoofdstuk vijf is een overzicht opgenomen van de financiële positie van de gemeente Zutphen op basis van deze Voorjaarsnota.

De financiële positie van de gemeente Zutphen is op dit moment stabiel, maar staat onder toenemende druk. De afgelopen jaren hebben wij consequent gestuurd op een sluitende meerjarenbegroting, waarbij structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Dit uitgangspunt blijft voor ons leidend en vormt de basis onder een financieel gezonde gemeente. Tegelijkertijd zien wij dat de financiële ruimte richting de komende jaren afneemt door oplopende kosten, autonome ontwikkelingen en onzekerheden in de financiering vanuit het Rijk.

In 2025 heeft uw raad er bewust voor gekozen om de Voorjaarsnota na ontvangst van de Meicirculaire te behandelen. Dit was een afwijking van de reguliere werkwijze en stelde ons in staat om een volledig geactualiseerd financieel beeld te presenteren. Voor de Voorjaarsnota 2026 volgen wij weer de reguliere systematiek. Dat betekent dat de Meicirculaire op het moment van opstellen van deze voorjaarsnota nog niet beschikbaar is. De uitkomsten daarvan betrekken wij bij de verdere behandeling, zodat uw raad bij de besluitvorming kan beschikken over een zo actueel mogelijk financieel perspectief. Wij verwachten dat wij de uitkomsten kunnen delen tijdens de beeldvormende vergadering over de Voorjaarsnota.

Op basis van de huidige inzichten start het meerjarenbeeld vanuit de Programmabegroting 2026 - 2029 positief, maar dit beeld verslechtert na verwerking van noodzakelijke indexaties voor lonen en prijzen. Deze indexaties zijn fors en structureel van aard en leggen direct druk op de begroting. In combinatie met de gehonoreerde voorstellen leidt dit ertoe dat in de eerste jaren van de meerjarenraming tekorten ontstaan. Dit onderstreept dat de structurele financiële ruimte beperkt is en dat kostenstijgingen niet vanzelf binnen de bestaande begroting kunnen worden opgevangen.

Deze voorjaarsnota heeft, zoals eerder toegelicht, een beleidsarm karakter. De financiële mutaties beperken zich tot autonome ontwikkelingen, noodzakelijke aanpassingen en het op peil houden van bestaande taken. Daarmee wordt voorkomen dat vooruitgelopen wordt op inhoudelijke keuzes die toekomen aan de nieuwe raad en het nieuwe college. Tegelijkertijd maken de financiële cijfers duidelijk dat de ruimte voor nieuw beleid in de komende jaren niet vanzelfsprekend is.

De druk op gemeentefinanciën is geen lokaal fenomeen, maar wordt breed landelijk herkend. Gemeenten hebben te maken met stijgende kosten in onder andere het sociaal domein, loon- en prijsontwikkelingen en een groeiende investeringsopgave. Tegelijkertijd is er onzekerheid over de ontwikkeling van het gemeentefonds en de mate waarin het Rijk gemeenten compenseert voor deze kostenstijgingen. In het bestuurlijk en politiek debat wordt steeds nadrukkelijker gewezen op de disbalans tussen taken en middelen.

Een concreet voorbeeld hiervan is de ontwikkeling rond de Wmo en de huishoudelijke hulp. Landelijk wordt gewerkt aan aanpassingen in de systematiek van de eigen bijdrage en de positionering van huishoudelijke ondersteuning. Tegelijkertijd blijft de vraag naar ondersteuning toenemen, onder meer door vergrijzing en maatschappelijke ontwikkelingen. Voor gemeenten betekent dit dat de uitgaven onder druk blijven staan, terwijl de toekomstige financiering en beleidskaders nog niet volledig duidelijk zijn. Dit vergroot de onzekerheid in het meerjarenperspectief.

Daarnaast speelt dat de indexatie vanuit het Rijk niet in alle gevallen meegroeit met de werkelijke kostenontwikkeling van gemeenten. Hierdoor ontstaat structurele druk op de begroting. Deze ontwikkeling vraagt om blijvende aandacht in de richting van het Rijk, maar betekent tegelijkertijd dat wij lokaal zorgvuldig moeten blijven sturen.

Gegeven deze context blijven wij inzetten op een financieel solide koers. Dit betekent dat wij terughoudend omgaan met structurele lasten, scherp sturen op autonome ontwikkelingen en nieuwe beleidskeuzes primair betrekken bij de programmabegroting 2027–2030. Op dat moment kan de nieuwe raad, op basis van een integraal financieel beeld en de uitkomsten van de coalitievorming, richting geven aan de inhoudelijke en financiële koers van de gemeente.

Met deze Voorjaarsnota schetsen wij de financiële uitgangspositie richting de komende begroting. Zutphen beschikt over een stabiele basis, maar de ruimte is beperkt en de onzekerheden zijn groot. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen en realistische keuzes in de komende periode.