Hoofdstuk 4 Technische en financiële uitgangspunten meerjarenbegroting

Technische en financiële uitgangspunten meerjarenbegroting

Terug naar navigatie - Hoofdstuk 4 Technische en financiële uitgangspunten meerjarenbegroting - Technische en financiële uitgangspunten meerjarenbegroting

Zoals ieder jaar bij de Voorjaarsnota vermelden wij de belangrijkste technische en financiële uitgangspunten.

De meerjarenbegroting 2027 – 2030 baseren wij op reële inkomsten en uitgaven.
Dit uitgangspunt betekent dat de begrotingscijfers in de meerjarenbegroting 2027 – 2030 niet bewust lager c.q. hoger worden geraamd dan verwacht mag worden. Dus, uitgaven worden niet lager ingeschat en inkomsten niet hoger ingeschat dan dat op basis van de feiten mag worden verwacht.

De meerjarenbegroting 2027 – 2030 is structureel sluitend.
In lijn met de financiële spelregels zijn wij voornemens om een structureel sluitende begroting op te leveren. Indien dit niet het geval is zullen wij uw raad expliciet om toestemming vragen. 

Behoudens onttrekkingen uit de reserve Kapitaallasten en de egalisatiereserves worden er geen onttrekkingen geraamd uit de reserves ten behoeve van de reguliere exploitatie.
Dit uitgangspunt houdt in dat structurele uitgaven niet gedekt mogen worden door incidentele inkomsten vanuit de reserves. Reserves zijn incidentele middelen waarvan de omvang eindig is. Vanuit een solide financieel perspectief is het daarom niet gewenst deze incidentele middelen aan te wenden voor structurele uitgaven omdat dan op termijn een dekkingsprobleem ontstaat. Dit geldt niet voor de reserve Kapitaallasten omdat deze reserve exact die kapitaallasten omvat die gedurende een periode ook nodig zijn. 

Voor het begrotingsjaar 2027 is het uitgangspunt de jaarschijf 2027 uit de Programmabegroting 2026 – 2029.
Dit technisch uitgangspunt betekent dat de basis voor de begroting 2027 is vastgelegd in de vorig jaar opgestelde Programmabegroting 2026 – 2029. Alle mutaties op de begroting 2027 worden verwerkt binnen de opgestelde begroting 2027 zoals in november 2025 door de raad is vastgesteld.

De structurele doorontwikkeling van de lonen wordt vastgesteld op 4%.
Bij het reëel ramen hoort ook een loonindexatie die recht doet aan de verwachting hierover. Wij volgen hierin de indexatie zoals afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CPB) en de ontwikkelingen rondom de CAO afspraken. Voor 2026 is deze inschatting 4%.

De structurele prijsontwikkeling van de overige budgetten wordt vastgesteld op 2,5%.
Op basis van de prijsontwikkelingen werkt de gemeente Zutphen met een verwachte prijsontwikkeling voor kosten en opbrengsten van 2,5%.

Programma-indeling

Terug naar navigatie - Hoofdstuk 4 Technische en financiële uitgangspunten meerjarenbegroting - Programma-indeling

Met het oog op de programmabegroting 2027–2030 stellen wij een nieuwe indeling van de programma’s voor. Met deze indeling geven wij uitvoering aan de door uw raad uitgesproken wens, zoals vastgelegd in amendement 2025-A0061, om te komen tot een groter aantal programma’s. Hiermee wordt beoogd om meer focus aan te brengen, de herkenbaarheid te vergroten en de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken.

De voorgestelde programma-indeling sluit aan bij de belangrijkste inhoudelijke ambities van de gemeente Zutphen. De lokale aanpak bestaanszekerheid, de omgevingsvisie en het programma sterke wijken vormen daarbij gelijkwaardige inhoudelijke pijlers. Deze pijlers fungeren als kapstok voor de manier waarop wij onze opgaven organiseren en uitvoeren. Dit betekent dat de programma’s niet los van elkaar staan, maar gezamenlijk bijdragen aan het versterken van bestaanszekerheid, het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving en het bouwen aan sterke wijken.

Tegelijkertijd vraagt deze ontwikkeling om een zorgvuldige balans. Een groter aantal programma’s draagt bij aan scherpere sturing en betere herkenbaarheid, maar kan ook leiden tot een sterkere afbakening tussen beleidsterreinen. Juist bij complexe opgaven is integraal werken en het verbinden van beleid essentieel. Het voorkomen van verkokering en het blijven organiseren van samenhang, oftewel het ontschotten, blijft daarom een belangrijk uitgangspunt bij de verdere uitwerking en uitvoering van de programma’s.

De voorgestelde nieuwe programma-indeling bestaat uit de volgende programma’s:

  • Programma 1: Samenwerken en bestuur
    Dit programma richt zich op een toegankelijke en betrouwbare overheid, met aandacht voor democratische vernieuwing, participatie, communicatie, dienstverlening (inclusief burgerzaken) en strategische samenwerking met partners en in de regio. In dit programma worden ook onze doelen toegevoegd voor de lokale aanpak bestaanszekerheid en het programma sterke wijken. De doelen en inzetten die voortkomen uit deze opgaven worden in dit programma gebundeld en vormen de basis voor de wijze waarop wij als gemeente zichtbaar, benaderbaar en samenwerkingsgericht opereren. Daarmee leggen wij in dit programma de verbinding tussen onze maatschappelijke ambities en de manier waarop wij deze samen met inwoners en partners realiseren.
  • Programma 2: Ruimtelijke ontwikkeling en wonen
    Dit programma bundelt de ontwikkelkant van de fysieke leefomgeving. Onderwerpen als omgevingsvisie en omgevingsplan, ruimtelijke regie, gebiedsontwikkelingen, mobiliteit en volkshuisvesting komen hierin samen. Het past bij het accent op de woonopgave en de Omgevingswettransitie. Het programma is daarnaast de kapstok rond de ontwikkelingen rond de omgevingsvisie.
  • Programma 3: Ontwikkeling en beheer openbare ruimte en gemeentelijke eigendommen
    Dit programma richt zich op het beheer en de instandhouding van de fysieke leefomgeving, waaronder wegen, riolering, gemeentelijke panden en gronden en overige kapitaalgoederen. Het uitgangspunt is een veilige, schone en toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte, als basis voor leefbare en sterke wijken.
  • Programma 4: Ondernemen en duurzaamheid
    Dit programma bundelt de sociaaleconomische structuur van Zutphen. Het gaat hierbij om economie en vestigingsklimaat, energietransitie en duurzaamheid, ondernemersvoorzieningen en de verbinding met beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Dit programma draagt bij aan een vitale economie en aan de brede welvaart van inwoners.
  • Programma 5: Ontmoeten en beleven
    Dit programma richt zich op leefbaarheid en sociale samenhang. Onderwerpen als cultuur, sport, veiligheid, evenementen, toerisme en recreatie komen hierin samen. Het programma draagt bij aan sterke wijken en aan een omgeving waarin inwoners elkaar ontmoeten, zich ontwikkelen en zich veilig voelen.
  • Programma 6: Ondersteuning en zorg
    Dit programma bundelt de inzet op preventie, inkomensondersteuning, Wmo-voorzieningen en jeugdhulp. Door deze onderwerpen in samenhang te organiseren, kunnen wij inwoners integraal ondersteunen en passende hulp bieden waar nodig. De verbinding met andere programma’s is hierbij essentieel om inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen.
  • Programma 7: Bedrijfsvoering
    Dit programma richt zich op de organisatie en uitvoering. Onderwerpen als digitalisering, informatieveiligheid, inkoop, organisatieontwikkeling en planning en control komen hierin samen en zijn randvoorwaardelijk voor het realiseren van de gemeentelijke opgaven.

Met deze programma-indeling ontstaat meer samenhang tussen maatschappelijke opgaven, beleidsdoelen en de inzet van middelen. Tegelijkertijd onderstrepen wij dat de indeling niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een bredere doorontwikkeling van de programmabegroting.

Parallel aan deze voorjaarsnota werken wij, conform de door uw raad aangenomen motie 2025-M0043, aan een herziening van de inhoudelijke opbouw van de programmabegroting. Daarbij ligt de nadruk op het verder SMART formuleren van doelen, prestaties en indicatoren en het versterken van de samenhang tussen doelen, middelen en resultaten. Dit traject voeren wij uit met ondersteuning van een externe partij en in samenhang met de totstandkoming van het nieuwe coalitieakkoord. Gedurende het proces stemmen wij de voortgang en gemaakte keuzes periodiek af met de auditcommissie.

De uiteindelijke vaststelling van de programma-indeling en de verdere inrichting van de programmabegroting is aan de nieuwe raad. Met deze voorjaarsnota leggen wij hiervoor een inhoudelijke basis, zodat bij de start van de nieuwe raadsperiode een robuuste, samenhangende en toekomstbestendige programmabegroting kan worden vastgesteld.