Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet

Terug naar navigatie - - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet

Doelen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet - Doelen

59950100 - Wij hebben een actueel risicoprofiel en een actueel overzicht van het weerstandsvermogen. Risicomanagement is integraal onderdeel van de werkzaamheden

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet - Doelen - 59950100 - Wij hebben een actueel risicoprofiel en een actueel overzicht van het weerstandsvermogen. Risicomanagement is integraal onderdeel van de werkzaamheden

Medewerkers zijn risicobewust en kunnen passende beheersmaatregelen nemen. Door het inzicht in de risico's kunnen de raad, het college en de organisatie op een verantwoorde wijze besluiten nemen.

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financieel overzicht

In de volgende tabel staat de top 10 van risico's met de grootste financiële impact, gerangschikt op percentage van invloed.

 

Nr Risico Kans Financieel gevolg maximaal Invloed
1 Langdurige uitval van kritieke computersystemen door cyberaanvallen, zoals hacking en ransomware, met mogelijke impact op continuïteit en bedrijfsvoering. 50% €5.000.000 24.47%
2 Stijgende prijzen als gevolg van schaarste en inflatie. Het gaat hier om prijsstijgingen en inflatie in het algemeen zoals prijzen voor bouwmaterialen, grondstoffen, energie, loonkosten etc. 70% €1.100.000 11.28%
3 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed. 80% €1.000.000 10.06%
4 Sociaal Domein Jeugdzorg: Beperkte sturingsmogelijkheden op budgetten. De zorgbehoefte en daaraan gerelateerde kosten kunnen hoger uitpakken door een mogelijke toename van de zorgvraag, de complexiteit daarvan, de bedrijfsvoeringskosten van een zorgaanbieder en de beperkte invloed op externe verwijzers naar Jeugdzorg. 80% €800.000 9.38%
5 Als het woningbouwprogramma behorende bij de van het rijk en provincie ontvangen subsidies voor de Woningbouwimpuls De Kleine Linie en Veld 18 niet volledig of vertraagd wordt gerealiseerd, bestaat de kans dat het bedrag dat al besteed is en wordt besteed aan het project  geheel of gedeeltelijk terugbetaald moet worden aan de subsidieverstrekkers. Het risico beperkt zich niet alleen tot terugbetaling van de subsidie maar het kan ook leiden tot lagere opbrengsten uit het project. 30% €2.000.000 8.53%
6 Minder inkomsten uit leges omgevingsvergunningen. 80% €800.000 6.25%
7 Een vereniging of instelling kan niet meer voldoen aan de betalingsverplichting voor rente en aflossing van de lening. 50% €1.000.000 4.60%
8 Sociaal Domein Participatie: Beperkte sturingsmogelijkheden op de kosten van uitkeringen en overige inkomensondersteuning doordat het open einderegelingen zijn. Groei van het aantal inwoners met een uitkering. Door toegenomen complexiteit is het traject naar participatie langer of zelfs niet haalbaar. Het aanbod op de arbeidsmarkt voor onze doelgroep sluit onvoldoende aan op de vraag. Het rijk wijzigt regelmatig wetgeving en legt nieuwe taken bij de gemeenten neer. De verwachting is dat de doeluitkeringen van het rijk (de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)) voor het betalen van de (bijstands)uitkeringen daalt. 50% €750.000 2.69%
9 Door uitval en vertrek van medewerkers en door krapte op de arbeidsmarkt ontstaan extra kosten voor externe inhuur van medewerkers. 80% €200.000 1.76%
10 Een grootschalige crisis (zoals langdurige stroomuitval). 80% €300.000 1.76%

 

 

Totalen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Totalen

Totaal maximaal financieel gevolg top 10 risico's: € 12.950.000
Totaal maximaal financieel gevolg overige risico's: € 9.931.829
Totaal maximaal financieel gevolg alle risico's: € 22.881.829

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie (voor de programmabegroting 2026):

  • Risico 3 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed: Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 500.000 naar € 1.000.000, dit komt door de (gedeeltelijke) leegstand van Waterstraat, Oude Wand 31-33, Wijnhofstraat 1 en het Voormalig Baudartius. De (gedeeltelijke) leegstand van dit vastgoed telt op tot ongeveer  € 1.000.000.
  • Risico 5 Minder inkomsten uit leges omgevingsvergunningen: Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 600.000 naar € 800.000 omdat er minder grote (woning) bouwprojecten zijn waardoor de legesinkomsten kunnen dalen. Er wordt besluitvorming over kostendekkendheid voorbereid, op basis daarvan worden tarieven opnieuw bepaald.
  • Risico 9 Door uitval en vertrek van medewerkers en door krapte op de arbeidsmarkt ontstaan extra kosten voor externe inhuur van medewerkers: Het maximaal financieel gevolg is verlaagd van € 300.000 naar € 200.000 omdat er structureel geld beschikbaar is om 1 vacature op te vullen.
  • Risico 10 Grootschalige crisis (zoals langdurige stroomuitval): Dit is een nieuw risico dat in de top 10 is gekomen. Samen met de VNOG worden de krachten gebundeld om de voorbereidingen op een grootschalige crisis te kunnen treffen. Op dit moment lopen we achter in de uitvoeringen ten opzichte van de afgesproken acties met de VNOG.  

Beheersmaatregelen

Afhankelijk van het soort risico en de impact van een risico kunnen verschillende beheersmaatregelen worden ingezet. In het algemeen heeft een organisatie te maken met risico's op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Veelal wordt deze categorisering gebruikt om het soort risico te duiden. De risico's in de top 10 bevinden zich overwegend op strategisch en tactisch niveau.  Nadat de risico's geïnventariseerd zijn, wordt een keuze gemaakt voor het inzetten van beheersmaatregelen. Binnen het risicomanagement worden vier manieren onderscheiden waarop risico's beheerst kunnen worden: 

  • Vermijden: Een activiteit of beleid waarbij risico’s verwacht worden of ontstaan, kan niet gestart worden of wordt voortijdig gestopt. Vermijden is niet altijd een relevante strategie. Het kan tot gevolg hebben dat doelstellingen niet worden gerealiseerd of dat nieuwe risico’s ontstaan die mogelijk nog groter zijn.
  • Verminderen: Hierbij wordt de impact van een risico verlaagd door oorzaakgerichte maatregelen te nemen en/of gevolggerichte maatregelen. Het reduceren van de oorzaak geniet natuurlijk de voorkeur. Maar als de oorzaak buiten de invloedssfeer liggen kunnen alleen nog maar gevolggerichte maatregelen worden genomen. Oorzaakgerichte maatregelen verlagen de kans van optreden van een risico. Een voorbeeld van een oorzaakgerichte maatregel is het verbeteren van het onderhoud aan apparatuur. Als hardware goed onderhouden wordt en op tijd vervangen, vermindert het risico op computeruitval en dataverlies. Gevolggerichte maatregelen verlagen de gevolgen van een risico. Gevolggerichte maatregelen hebben vaak te maken met het inbouwen van extra capaciteit zodat bij een calamiteit bijvoorbeeld de voortgang van een project niet in gevaar komt. Oorzaakgerichte maatregelen zijn niet altijd mogelijk omdat een organisatie geen invloed heeft op mondiale ontwikkelingen zoals oorlogen die leiden tot prijsstijgingen.
  • Overdragen: Een risico kan ook worden overgedragen aan een andere partij. Een manier om dit te doen, is het afsluiten van een verzekering.
  • Accepteren: Als geen van de eerste drie manieren mogelijk is, of als de verwachte impact van het risico naar verhouding erg klein is, kan er ook voor gekozen worden om het risico te accepteren.

Voorbeelden van beheersmaatregelen bij de top 4 van risico's:

  • Risico 1 Langdurige uitval van computersystemen door cyberaanvallen: Uitwijkvoorzieningen zijn (deels) geïmplementeerd. Een calamiteitenplan is vastgesteld en zal periodiek worden geactualiseerd. We oefenen met de procedures om de effectiviteit te borgen. De inventarisatie van bedrijfskritische systemen en processen is uitgevoerd. Op basis hiervan worden aanvullende beveiligingsmaatregelen bepaald waar nodig. Procesbeschrijvingen en eigenaarschap: Alle processen zijn gedocumenteerd en toegewezen aan een proceseigenaar, conform goed informatiebeheer. Informatie-governance (I-Governance) is in gang gezet en wordt verder uitgerold om sturing en verantwoording rondom informatiemanagement te versterken. We zijn bezig met het opstellen van een sourcingsstrategie en een bijbehorend vervangingsbeleid, juist vanwege de snelle veranderingen in ons applicatielandschap. Het gebruik van clouddiensten en cloudopslag wordt uitgebreid, met aandacht voor beveiliging, compliance en beschikbaarheid. Een actieplan informatiebeveiliging en privacy is opgesteld en vormt het kader voor de verdere implementatie van BIO-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en continue verbetering van de beveiligingsorganisatie.
  • Risico 2 Prijsstijgingen: We zorgen voor een reële begroting  en houden rekening met indexaties. Inflatie als gevolg van economische ontwikkelingen is een niet beïnvloedbaar risico maar uiteraard nemen wij maatregelen om de gevolgen van het risico te verkleinen. We monitoren de inflatiecijfers en bij het opstellen en uitvoeren van de begroting kijken we voor welke uitgaven helder is dat het risico zich voordoet. Deze verwachte stijging van de prijzen wordt dan overgebracht naar de voorgestelde programmabegroting.
  • Risico 3 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed: Op dit moment wordt een gedeelte van het leegstaande vastgoed vastgehouden om voor te sorteren op interne (tijdelijke) huisvestingsvragen en een deel voor culturele maatschappelijke ontwikkelingen. Waterstraat en Oude wand zijn panden die aangehouden worden als mogelijke broedplaats, traject hierbij is afhankelijk van beleid. Leegstand Baudartius hangt af van ontwikkeling woningbouw. 
  • Risico 4 Sociaal Domein Jeugdzorg: We optimaliseren de inkoop van Jeugdzorg en monitoren de kosten.  Zorgaanbieders moeten maandelijks factureren. We overleggen met externe verwijzers. We zetten in op preventie. We werken continue aan het professionaliseren van de toegang jeugd. We zetten in op deskundigheidsbevordering, het optimaliseren van interne werkprocessen en monitoring. Er wordt gestuurd op zo kort mogelijk verblijf in de hoog-specialistische zorg en alternatieven daarvoor.

Benodigde weerstandscapaciteit
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 22.881.829 niet noodzakelijk is omdat niet alle risico's zich tegelijkertijd zullen voordoen.  Het is voor 90% zeker dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 9.698.381. Dit is dan ook onze benodigde weerstandscapaciteit.

De benodigde weerstandscapaciteit is met € 873.151 gestegen naar € 9.698.381. Bij de vorige risico-inventarisatie bedroeg de benodigde weerstandscapaciteit namelijk € 8.825.230.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die we hebben om de risico's in financiële zin af te dekken. De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit is gebaseerd op de stand per 31 december 2025.

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

(bedragen * € 1)

 

Algemene reserve

€ 32.061.472

Raming voor onvoorzien

€ 53.500

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

€ 32.114.972

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is moet de relatie worden gelegd tussen:

  1. de financiële gekwantificeerde risico's en
  2. de daarbij gewenste en beschikbare weerstandscapaciteit

Onderstaande figuur laat de relatie zien:

Risico's

 

Weerstandscapaciteit

Bedrijfsproces, Financieel

 

Algemene reserve

Letsel / Veiligheid

 

Raming voor onvoorzien

Materieel, Milieu

 

 

Personeel / arbo

 

 

Product

 

 

 

 

 

Weerstandsvermogen

 

Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Ratio weerstandsvermogen

Ratio weerstandsvermogen

Als we de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit ontstaat als uitkomst de volgende ratio:

 

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare

weerstandscapaciteit       

 

=

 

€  32.114.972

 

= 3,3

Benodigde

weerstandscapaciteit

€ 9.698.381

 

Onderstaande normtabel biedt een waardering van de berekende ratio. De normtabel is ontwikkeld door Naris in samenwerking met de Universiteit Twente. De formele ratio van onze gemeente valt per 1 januari 2026 in klasse  A. Dit duidt op uitstekend. In het gemeentelijk beleid is vastgelegd dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1.5 moet zijn.

Normtabel

 

 

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

Uitstekend

B

1.4-2.0

Ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

Onvoldoende

F

<0.6

Ruim onvoldoende

 

Verloop van de ratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verloop van de ratio

Onderstaand figuur laat het verloop zien van de ratio weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit.

Toelichting bij de X-as (horizontale as): deze as is opgesteld op basis van de chronologische volgorde van het maken van het gemeentelijk risicoprofiel. Dus in het kalenderjaar 2022 maken we in het voorjaar het risicoprofiel voor de jaarrekening 2021 (R2021) en in het najaar het risicoprofiel voor de begroting 2023 (B2023). In het voorjaar van 2023 maken we het risicoprofiel voor de jaarrekening 2022 (R2022) en in het najaar maken we het risicoprofiel voor de begroting 2024 (B2024). In chronologische volgorde wordt het dan R2021, B2023, R2022, B2024 et cetera.

Op basis van het figuur kan worden vastgesteld dat de afgelopen jaren de weerstandsratio ruim boven de ondergrens zit.

Verplichte financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verplichte financiële kengetallen

Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting/jaarrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Gemeenten zijn verplicht onderstaande financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij ministeriële regeling is vastgesteld hoe de kengetallen worden berekend en hoe deze in de begroting en jaarrekening moeten staan.

 

R2024

B2025

R2025

Netto schuldquote

38,7% 70,0%

34,3%

 (Dit kengetal valt in categorie 'A'. Dit is de minst risicovolle categorie. Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is dit kengetal iets verbeterd.)

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

33,5% 66,0%

29,0%

 (Dit kengetal valt in categorie 'A'. Dit is de minst risicovolle categorie. Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is dit kengetal iets verbeterd.)

Solvabiliteitsratio

37,9% 24,0%

38,5%

 (Dit kengetal valt in categorie 'B'. Dit is de middelste van de 3 categorieën. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is dit kengetal iets verbeterd)

Grondexploitatie

-0,8% -2,0%

1,8%

 (Dit kengetal valt in categorie 'A'. Dit is de minst risicovolle categorie. ten opzichte van de jaarstukken 2024 is dit kengetal iets minder goed geworden.)

Structurele exploitatieruimte

11,2% 1,0%

3,4%

 (Dit kengetal valt in categorie 'A'. Dit is de minst risicovolle categorie. Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is dit kengetal minder goed geworden.)

Belastingcapaciteit

92,1% 100,0%

87,9%

 (Dit kengetal valt in categorie 'A'. Dit is de minst risicovolle categorie. Ten opzichte van de jaarstukken 2024 is dit kengetal iets verbeterd.)

 

 

Signaleringswaarden verplichte financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Signaleringswaarden verplichte financiële kengetallen

Er is geen wettelijke normering voor de kengetallen. Het Ministerie van BZK heeft samen met enkele provincies, waaronder de provincie Gelderland, signaleringswaarden opgesteld waaraan de kengetallen kunnen worden getoetst. De signaleringswaarden zijn in 3 categorieën verdeeld, waarbij categorie A als minst en categorie C als meest risicovol wordt bestempeld. In dikgedrukt staat de categorie aangegeven waar op basis van de jaarrekening 2025 de kengetallen scoren. Over het algemeen vallen de kengetallen in Categorie A (minst risicovol).

Omschrijving

 

Signaleringswaarden

 

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

begr. én mjr.>0%

begr. of mjr.>0%

begr. én mjr.<0%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

 

Op verzoek van de auditcommissie worden de relevante financiële kengetallen ook grafisch weergegeven.

Toelichting financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting financiële kengetallen

De financiële positie is te beoordelen op basis van een aantal indicatoren. De belangrijkste zijn het meerjarig overzicht van baten en lasten en de balans, waarbij het realiseren van structureel en reëel evenwicht het primaire doel is. Daarnaast zijn ook de kengetallen en de weerstandsratio belangrijke graadmeters voor de beoordeling van de financiële positie.

De wettelijke verplichte kengetallen geven inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De uitkomst van één individueel kengetal zegt niet zo veel over de financiële positie van de gemeente Zutphen. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie.

Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.
De netto schuldquote laat de hoogte van de schuldenlast van de gemeente zien ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft geen probleem te zijn.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.

Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote maar bij de financiële activa worden ook alle verstrekte leningen betrokken. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (reguliere) exploitatiesaldo.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter.

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (exclusief onttrekkingen aan reserves).

Structurele exploitatieruimte
In dit kengetal komt tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken.

Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat het uitgangspunt wettelijk al is dat er een structureel evenwicht moet zijn. Hierop toetst de provincie als toezichthouder.

Belastingcapaciteit
De onroerende zaakbelasting (OZB) is voor gemeenten de belangrijkste eigen belasting inkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid.
Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. In de Meicirculaire van het Gemeentefonds staat een overzicht met de (ontwikkeling van de) gemiddelde lastendruk van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet gebruikt wordt.

Niet verplichte financiële kerngetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Niet verplichte financiële kerngetallen

Naast de verplichte financiële kengetallen wordt op advies van de Auditcommissie een aantal niet verplichte financiële kengetallen opgenomen. Deze kengetallen worden gebruikt voor het op hoofdlijnen inzichtelijk maken van de financiële positie van de gemeente Zutphen.

Niet verplichte financiële kengetallen
Exploitatieresultaten
jaarrekeningen
Jaar
2025
2024
2023
2022
2021
2020
Totale lasten
235.564
212.126
209.629
189.065
176.800
177.366
Totale baten
-243.123
-220.726
-212.906
-205.255
-188.621
-184.897
Resultaat vóór bestemming
-7.559
-8.600
-3.277
-16.190
-11.821
-7.531
Storting in reserves
13.919
13.759
14.647
20.927
12.218
6.415
Onttrekking aan reserves
-16.361
-15.799
-21.387
-20.382
-11.068
-9.086
Saldo inzet reserves
-2.442
-2.040
-6.740
545
1.150
-2.671
Resultaat na bestemming reserves
-10.001
-10.640
-10.017
-15.645
-10.671
-10.202
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een voordelig resultaat
Reserves/eigen vermogen
jaarrekeningen
Jaar
2025
2024
2023
2022
2021
2020
Algemene reserve*
32.061
24.868
22.695
13.256
10.156
5.381
Bestemmingsreserves
45.052
51.190
45.385
45.919
37.802
31.225
Jaarresultaat
10.001
10.640
10.017
15.645
10.671
10.202
Totaal eigen vermogen
87.114
86.698
78.097
74.820
58.629
46.808
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat
* Exclusief jaarrekeningresultaat
Financiering
jaarrekeningen
Jaar
2025
2024
2023
2022
2021
2020
Reserves/eigen vermogen
77.113
76.058
68.080
59.175
47.958
36.606
Jaarresultaat
10.001
10.640
10.017
15.645
10.671
10.202
Voorzieningen
19.077
18.895
14.564
15.351
14.278
11.834
Schulden op lange termijn
75.824
83.177
91.181
103.103
111.545
123.166
Beschikbare middelen
182.015
188.770
183.842
193.274
184.452
181.808
Vaste bezittingen
185.218
192.971
189.494
185.973
180.686
178.603
Voorraden
4.294
-2.051
-1.600
-156
7.392
15.554
Vastgelegd op lange termijn
189.512
190.920
187.894
185.817
188.078
194.157
Nog te financieren/kortlopende financiering
-7.497
-2.150
-4.052
7.457
-3.626
-12.349
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat
Risico's bouwgronden
jaarrekeningen
Jaar
2025
2024
2023
2022
2021
2020
Voorraden onderhanden werk
5.383
-102
-1.600
-156
7.392
15.554
Verliesverwachtingen (Eindwaarde)
3.450
-5.917
-5.289
-4.781
-3.294
-4.973
Voorzieningen voor verliezen
1.090
5.917
5.289
4.781
3.294
4.973
Reserve GZ exploitatieresultaten
8.155
5.031
5.125
4.326
4.855
3.138
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat