Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet

Terug naar navigatie - - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet - Wat willen we bereiken?

910 - Wij hebben een actueel risicoprofiel en een actueel overzicht van het weerstandsvermogen. Risicomanagement is integraal onderdeel van de werkzaamheden

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing: Doelen en inzet - Wat willen we bereiken? - 910 - Wij hebben een actueel risicoprofiel en een actueel overzicht van het weerstandsvermogen. Risicomanagement is integraal onderdeel van de werkzaamheden
Omschrijving (toelichting)

Medewerkers zijn risicobewust en kunnen passende beheersmaatregelen nemen. Door het inzicht in de risico's kunnen de raad, het college en de organisatie op een verantwoorde wijze besluiten nemen.

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financieel overzicht

In de volgende tabel staat de top 10 van risico's met de grootste financiële impact, gerangschikt op percentage van invloed.

 

Nr Risico Kans Financieel gevolg maximaal Invloed
1 Langdurige uitval van kritieke computersystemen door cyberaanvallen, zoals hacking en ransomware, met mogelijke impact op continuïteit en bedrijfsvoering. 50% €5.000.000 20.24%
2 Stijgende prijzen als gevolg van schaarste en inflatie. Het gaat hier om prijsstijgingen en inflatie in het algemeen zoals prijzen voor bouwmaterialen, grondstoffen, energie, loonkosten etc. 70% €1.360.000 11.56%
3 Sociaal Domein Jeugdzorg: Beperkte sturingsmogelijkheden op budgetten. De zorgbehoefte en daaraan gerelateerde kosten kunnen hoger uitpakken door een mogelijke toename van de zorgvraag, de complexiteit daarvan, de bedrijfsvoeringskosten van een zorgaanbieder en de beperkte invloed op externe verwijzers naar Jeugdzorg. 80% €1.000.000 9.71%
4 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed. 80% €1.174.964 9.47%
5 Het Hanzehuis is de grootste investering voor de komende jaren. Hier zijn inherent risico's aan verbonden. Het is een omvangrijke en complexe investering met een afhankelijkheid van marktomstandigheden en uitvoering door derden.  50% €2.000.000 7.17%
6 Als het woningbouwprogramma behorende bij de van het rijk en provincie ontvangen subsidies voor de Woningbouwimpuls De Kleine Linie en Veld 18 niet volledig of vertraagd wordt gerealiseerd, bestaat de kans dat het bedrag dat al besteed is en wordt besteed aan het project  geheel of gedeeltelijk terugbetaald moet worden aan de subsidieverstrekkers. Het risico beperkt zich niet alleen tot terugbetaling van de subsidie maar het kan ook leiden tot lagere opbrengsten uit het project. 30% €2.000.000 7.05%
7 Minder inkomsten uit leges omgevingsvergunningen. 80% €800.000 5.19%
8 Een vereniging of instelling kan niet meer voldoen aan de betalingsverplichting voor rente en aflossing van de lening. 50% €1.000.000 4.78%
9 Door uitval en vertrek van medewerkers en door krapte op de arbeidsmarkt ontstaan extra kosten voor externe inhuur van medewerkers. 80% €600.000 4.71%
10 Sociaal Domein Participatie: Beperkte sturingsmogelijkheden op de kosten van uitkeringen en overige inkomensondersteuning doordat het open einderegelingen zijn. Groei van het aantal inwoners met een beroep op (financiële) ondersteuning.  Door toegenomen complexiteit is uitstroom naar werk voor een grotere groep ingewikkelder of niet (meer) haalbaar. Het aanbod op de arbeidsmarkt voor onze doelgroep sluit onvoldoende aan op de vraag. Het rijk wijzigt regelmatig wetgeving en legt nieuwe taken bij de gemeenten neer. De doeluitkeringen van het rijk (de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG)) voor het betalen van de (bijstands)uitkeringen schommelen (sterk).  50% €750.000 2.24%

 

 

Totalen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Totalen

Totaal maximaal financieel gevolg top 10 risico's: € 15.684.964
Totaal maximaal financieel gevolg overige risico's: € 10.731.829
Totaal maximaal financieel gevolg alle risico's: € 26.416.793

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie (voor de jaarrekening 2025):

  • Risico 2 Prijsstijgingen:  Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 1.100.000 naar € 1.360.000 door toenemende onzekerheid over prijsontwikkelingen als gevolg van mondiale onzekerheden en spanningen.
  • Risico 3 Sociaal Domein Jeugdzorg:  Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 800.000 naar  € 1.000.000.  In 2026 zien we een toename van de vraag naar duurdere producten (behandeling en verblijf) in de Jeugdzorg. We verwachten dat dit doorzet in 2027.
  • Risico 4 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed: Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 1.000.000 naar € 1.174.964, dit komt onder andere door de (gedeeltelijke) leegstand van Waterstraat, Oude Wand 31-33, Wijnhofstraat 1, Kerkhof 1A en het Voormalig Baudartius. 
  • Risico 5 Het Hanzehuis: Dit risico is nieuw toegevoegd. Het Hanzehuis is een van de grootste investeringen voor de komende jaren. Hier zijn inherent risico's aan verbonden. Het is een omvangrijke en complexe investering met een afhankelijkheid van marktomstandigheden en uitvoering door derden.
  • Risico 9: Inhuur externe medewerkers: Het maximaal financieel gevolg is verhoogd van € 200.000 naar € 600.000.

Beheersmaatregelen

Afhankelijk van het soort risico en de impact van een risico kunnen verschillende beheersmaatregelen worden ingezet. In het algemeen heeft een organisatie te maken met risico's op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Veelal wordt deze categorisering gebruikt om het soort risico te duiden. De risico's in de top 10 bevinden zich overwegend op strategisch en tactisch niveau.  Nadat de risico's geïnventariseerd zijn, wordt een keuze gemaakt voor het inzetten van beheersmaatregelen. Binnen het risicomanagement worden vier manieren onderscheiden waarop risico's beheerst kunnen worden: 

  • Vermijden: Een activiteit of beleid waarbij risico’s verwacht worden of ontstaan, kan niet gestart worden of wordt voortijdig gestopt. Vermijden is niet altijd een relevante strategie. Het kan tot gevolg hebben dat doelstellingen niet worden gerealiseerd of dat nieuwe risico’s ontstaan die mogelijk nog groter zijn.
  • Verminderen: Hierbij wordt de impact van een risico verlaagd door oorzaakgerichte maatregelen te nemen en/of gevolggerichte maatregelen. Het reduceren van de oorzaak geniet natuurlijk de voorkeur. Maar als de oorzaak buiten de invloedssfeer ligt kunnen alleen nog maar gevolggerichte maatregelen worden genomen. Oorzaakgerichte maatregelen verlagen de kans van optreden van een risico. Een voorbeeld van een oorzaakgerichte maatregel is het verbeteren van het onderhoud aan apparatuur. Als hardware goed onderhouden wordt en op tijd vervangen, vermindert het risico op computeruitval en dataverlies. Gevolggerichte maatregelen verlagen de gevolgen van een risico. Gevolggerichte maatregelen hebben vaak te maken met het inbouwen van extra capaciteit zodat bij een calamiteit bijvoorbeeld de voortgang van een project niet in gevaar komt. Oorzaakgerichte maatregelen zijn niet altijd mogelijk omdat een organisatie geen invloed heeft op mondiale ontwikkelingen zoals oorlogen die leiden tot prijsstijgingen.
  • Overdragen: Een risico kan ook worden overgedragen aan een andere partij. Een manier om dit te doen, is het afsluiten van een verzekering.
  • Accepteren: Als geen van de eerste drie manieren mogelijk is, of als de verwachte impact van het risico naar verhouding erg klein is, kan er ook voor gekozen worden om het risico te accepteren.

Voorbeelden van beheersmaatregelen bij de top 4 van risico's:

  • Risico 1 Langdurige uitval van computersystemen door cyberaanvallen: Uitwijkvoorzieningen zijn (deels) geïmplementeerd. Een calamiteitenplan is vastgesteld en zal periodiek worden geactualiseerd. We oefenen met de procedures om de effectiviteit te borgen. De inventarisatie van bedrijfskritische systemen en processen is uitgevoerd. Op basis hiervan worden aanvullende beveiligingsmaatregelen bepaald waar nodig.
    Procesbeschrijvingen en eigenaarschap: Alle processen zijn gedocumenteerd en toegewezen aan een proceseigenaar, conform goed informatiebeheer. Informatie-governance (I-Governance) is in gang gezet en wordt verder uitgerold om sturing en verantwoording rondom informatiemanagement te versterken. We zijn bezig met het opstellen van een sourcingsstrategie en een bijbehorend vervangingsbeleid, juist vanwege de snelle veranderingen in ons applicatielandschap. Het gebruik van clouddiensten en cloudopslag wordt uitgebreid, met aandacht voor beveiliging, compliance en beschikbaarheid. Een actieplan informatiebeveiliging en privacy is opgesteld en vormt het kader voor de verdere implementatie van BIO-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en continue verbetering van de beveiligingsorganisatie.
  • Risico 2 Prijsstijgingen: We zorgen voor een reële begroting  en houden rekening met indexaties. Inflatie als gevolg van economische ontwikkelingen is een niet beïnvloedbaar risico maar uiteraard nemen wij maatregelen om de gevolgen van het risico te verkleinen. We monitoren de inflatiecijfers en bij het opstellen en uitvoeren van de begroting kijken we voor welke uitgaven helder is dat het risico zich voordoet. Deze verwachte stijging van de prijzen wordt dan overgebracht naar de voorgestelde programmabegroting.
  • Risico 3 Sociaal Domein Jeugdzorg: We optimaliseren de inkoop van Jeugdzorg en monitoren de kosten.  Zorgaanbieders moeten maandelijks factureren. We overleggen met externe verwijzers. We zetten in op preventie. We werken continue aan het professionaliseren van de toegang jeugd. We zetten in op deskundigheidsbevordering, het optimaliseren van interne werkprocessen en monitoring. Er wordt gestuurd op zo kort mogelijk verblijf in de hoog-specialistische zorg en alternatieven daarvoor.
  • Risico 4 Huurderving door leegstand van gemeentelijk vastgoed: Op dit moment wordt een gedeelte van het leegstaande vastgoed vastgehouden om voor te sorteren op interne (tijdelijke) huisvestingsvragen en een deel voor culturele maatschappelijke ontwikkelingen. Waterstraat en Oude wand zijn panden die aangehouden worden als mogelijke broedplaats, traject hierbij is afhankelijk van beleid. Leegstand Baudartius hangt af van ontwikkeling woningbouw. 

Benodigde weerstandscapaciteit
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie doen we omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 26.416.793 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Het is voor 90% zeker dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 11.268.416. Dit is dan ook onze benodigde weerstandscapaciteit.

De benodigde weerstandscapaciteit is met € 1.570.035 gestegen naar € 11.268.416. Bij de vorige risico-inventarisatie (ten behoeve van de jaarstukken 2025) bedroeg de benodigde weerstandscapaciteit namelijk € 9.698.381.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die we hebben om de risico's in financiële zin af te dekken. De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit is gebaseerd op de (begrote) stand per 31-12- 2026.

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

(bedragen * € 1)

 

Algemene reserve

 € 29.797.300

Raming voor onvoorzien

€ 141.000

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

€  29.938.300

Dit is op basis van de reserve stand per 31-12-2025 (á € 32.061.500) met daarbij de begrote toevoegingen en onttrekkingen per 2026 verwerkt.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is moet de relatie worden gelegd tussen:

  1. de financiële gekwantificeerde risico's en
  2. de daarbij gewenste en beschikbare weerstandscapaciteit

Onderstaande figuur laat de relatie zien:

Risico's

 

Weerstandscapaciteit

Bedrijfsproces, Financieel

 

Algemene reserve

Letsel / Veiligheid

 

Raming voor onvoorzien

Materieel, Milieu

 

 

Personeel / arbo

 

 

Product

 

 

 

↓

 

 

↓

Weerstandsvermogen

 

Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Ratio weerstandsvermogen

Ratio weerstandsvermogen

Als we de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit ontstaat als uitkomst de volgende ratio:

 

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare

weerstandscapaciteit       

 

=

 

€  29.938.300

 

= 2,7

Benodigde

weerstandscapaciteit

€ 11.278.579


Onderstaande normtabel biedt een waardering van de berekende ratio. De normtabel is ontwikkeld door Naris in samenwerking met de Universiteit Twente. De formele ratio van onze gemeente valt per 1 januari 2027 in klasse  A. Dit duidt op uitstekend. In het gemeentelijk beleid is vastgelegd dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1,5 moet zijn.

Normtabel

 

 

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

Uitstekend

B

1.4-2.0

Ruim voldoende

C

1.0-1.4

Voldoende

D

0.8-1.0

Matig

E

0.6-0.8

Onvoldoende

F

<0.6

Ruim onvoldoende

 

In 2027 zijn er onttrekkingen uit de Algemene reserve begroot met een totaal bedrag van € 3.450.200 (negatief begrotingssaldo). Dat betekent dat de beschikbare begrote weerstandscapaciteit gedurende 2027 uitkomt op € 26.488.100 (€ 29.938.300 - € 3.450.200). De ratio weerstandsvermogen neemt dan af tot 2,3. Op basis hiervan valt de ratio nog steeds ruim in klasse A en ruim boven de in het gemeentelijk beleid vastgestelde ratio van 1,5.

 

Verloop van de ratio

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verloop van de ratio

Onderstaand figuur laat het verloop zien van de ratio weerstandsvermogen en de –capaciteit.

Toelichting bij de X-as (horizontale as): deze as is opgesteld op basis van de chronologische volgorde van het maken van het gemeentelijk risicoprofiel. Dus in het kalenderjaar 2022 maken we in het voorjaar het risicoprofiel voor de jaarrekening 2021 (R2021) en in het najaar het risicoprofiel voor de begroting 2023 (B2023). In het voorjaar van 2023 maken we het risicoprofiel voor de jaarrekening 2022 (R2022) en in het najaar maken we het risicoprofiel voor de begroting 2024 (B2024). In chronologische volgorde wordt het dan R2021, B2023, R2022, B2024 et cetera.

Op basis van het figuur kan worden vastgesteld dat de afgelopen jaren de weerstandsratio ruim boven de ondergrens zit. Waarbij geobserveerd kan worden dat de ratio een kleine daling maakt, dit komt onder andere doordat er enkele (grote) nieuwe risico's bij zijn gekomen en de financiële impact van risico's beter kan worden ingeschat. 

Verplichte financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verplichte financiële kengetallen

Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting/jaarrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Gemeenten zijn verplicht onderstaande financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij ministeriële regeling is vastgesteld hoe de kengetallen worden berekend en hoe deze in de begroting en jaarrekening moeten staan.

 

R2025

B2026

B2027

B2028

B2029

B2030

Netto schuldquote

34% 69% 67% 65% 70% 62%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

29% 64% 61% 59% 65% 57%

Solvabiliteitsratio

39% 26% 25% 23% 22% 24%

Grondexploitatie

2% 1% 1% -3% -4% -5%

Structurele exploitatieruimte

3% 0% -2% -2% -1% 1%

Belastingcapaciteit

88% 100% 87% 87% 87% 87%

 

Signaleringswaarden verplichte financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Signaleringswaarden verplichte financiële kengetallen

Er is geen wettelijke normering voor de kengetallen. Het Ministerie van BZK heeft samen met enkele provincies, waaronder de provincie Gelderland, signaleringswaarden opgesteld waaraan de kengetallen kunnen worden getoetst. De signaleringswaarden zijn in 3 categorieën verdeeld, waarbij categorie A als minst en categorie C als meest risicovol wordt bestempeld. In dikgedrukt staat de categorie aangegeven waar op basis van de begroting 2027 de kengetallen scoren. Over het algemeen vallen de kengetallen in Categorie A (minst risicovol).

Omschrijving

 

Signaleringswaarden

 

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

begr. én mjr.>0%

begr. of mjr.>0%

begr. én mjr.<0%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Op verzoek van de auditcommissie worden de relevante financiële kengetallen ook grafisch weergegeven.

Toelichting financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting financiële kengetallen

De financiële positie is te beoordelen op basis van een aantal indicatoren. De belangrijkste zijn het meerjarig overzicht van baten en lasten en de balans, waarbij het realiseren van structureel en reëel evenwicht het primaire doel is. Daarnaast zijn ook de kengetallen en de weerstandsratio belangrijke graadmeters voor de beoordeling van de financiële positie.

De wettelijke verplichte kengetallen geven inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De uitkomst van één individueel kengetal zegt niet zo veel over de financiële positie van de gemeente Zutphen. De kengetallen moet altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie.

Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.
De netto schuldquote laat de hoogte van de schuldenlast van de gemeente zien ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft geen probleem te zijn.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft daarmee een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.

Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote maar bij de financiële activa worden ook alle verstrekte leningen betrokken. Een aanzienlijk deel van de opgenomen gelden is doorgeleend aan woningcorporaties en deelnemingen.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (reguliere) exploitatiesaldo.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter.

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (exclusief onttrekkingen aan reserves).

Structurele exploitatieruimte
In dit kengetal komt tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken.

Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat het uitgangspunt wettelijk al is dat er een structureel evenwicht moet zijn. Hierop toetst de provincie als toezichthouder.

Belastingcapaciteit
De onroerende zaakbelasting (OZB) is voor gemeenten de belangrijkste eigen belasting inkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid.
Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. In de Meicirculaire van het Gemeentefonds staat een overzicht met de (ontwikkeling van de) gemiddelde lastendruk van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet gebruikt wordt.

Niet verplichte financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Niet verplichte financiële kengetallen

Naast de verplichte financiële kengetallen wordt op advies van de Auditcommissie een aantal niet verplichte financiële kengetallen opgenomen. Deze kengetallen worden gebruikt voor het op hoofdlijnen inzichtelijk maken van de financiële positie van de gemeente Zutphen.

Exploitatieresultaten
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Gewijzigde Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totale lasten
189.065
209.629
212.126
235.565
245.386
240.489
244.323
239.476
242.294
Totale baten
-205.255
-212.906
-220.726
-243.124
-232.591
-232.933
-239.660
-238.306
-246.026
Resultaat vóór bestemming
-16.190
-3.277
-8.600
-7.559
12.795
7.556
4.663
1.170
-3.732
Storting in reserves
20.927
14.647
13.759
13.919
11.686
2.287
2.487
2.488
2.488
Onttrekking aan reserves
-20.382
-21.387
-15.799
-16.361
-24.488
-6.393
-3.708
-3.582
-3.298
Saldo inzet reserves
545
-6.740
-2.040
-2.442
-12.802
-4.106
-1.221
-1.094
-810
Resultaat na bestemming reserves
-15.645
-10.017
-10.640
-10.001
-7
3.450
3.442
76
-4.542
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een voordelig resultaat
Reserves/eigen vermogen
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Gewijzigde Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Reserves
47.959
59.175
76.058
77.112
74.312
70.213
65.543
61.007
60.121
Jaarresultaat
15.645
10.017
10.640
10.001
7
-3.450
-3.442
-76
4.542
Totaal eigen vermogen
63.604
69.192
86.698
87.113
74.319
66.763
62.101
60.931
64.663
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat
Financiering
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Gewijzigde Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Reserves/eigen vermogen
47.959
59.175
76.058
77.112
74.312
70.213
65.543
61.007
60.121
Jaarresultaat
15.645
10.017
10.640
10.001
7
-3.450
-3.442
-76
4.542
Voorzieningen
13.555
15.351
19.080
19.077
19.077
19.077
19.077
19.077
19.077
Schulden op lange termijn
103.303
103.303
83.177
75.824
112.033
107.728
106.738
119.952
104.505
Beschikbare middelen
180.462
187.846
188.955
182.014
205.429
193.568
187.916
199.960
188.245
Vaste bezittingen
185.973
189.494
192.971
185.218
228.871
239.420
244.111
257.839
248.248
Voorraden
7.392
-2.732
-1.866
4.294
4.294
2.220
-7.781
-9.877
-11.762
Vastgelegd op lange termijn
193.365
186.762
191.105
189.512
233.165
241.640
236.330
247.962
236.486
Nog te financieren/ kortlopende financiering
-12.903
1.084
-2.150
-7.498
-27.736
-48.072
-48.414
-48.002
-48.241
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat
Risico's bouwgronden
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Jaarrek.
Gewijzigde Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorraden onderhanden werk
7.392
-156
-102
-102
5.383
5.383
2.219
-7.782
-9.878
Verliesverwachtingen (Netto Contante Waarde)
-3.294
-4.781
-1.765
-1.437
-1.090
-1.090
-
-
-
Voorzieningen voor verliezen
3.294
4.781
1.765
1.765
1.504
471
-
-
-
Reserve GZ exploitatieresultaten
4.326
5.125
5.031
5.031
4.979
4.823
4.712
4.602
4.491
Bedragen x € 1.000
Een negatief bedrag is een nadelig resultaat